Plant eens wat anders in de wadi!

Dit artikel is op 31-07-2017 gepubliceerd.

Opdrachtgever: Tuin & Landschap
Website: http://www.tuinenlandschap.nl

Download »

Wadi’s worden in Nederland niet beplant, terwijl dit in het buitenland wel gebeurt. Waarom gebeurt dit niet, welke redenen zijn er om wadi’s juist wel te beplanten en hoe moeten we dit dan aanpakken? Drie studenten bogen zich een jaar lang over deze vragen en presenteerden op vrijdag 9 juni de resultaten van hun afstudeeronderzoek. „We hebben met ons onderzoek iets in gang gezet.”

Het afkoppelen van regenwater houdt veel Nederlandse gemeenten bezig. Eén van de opties is om regenwater door middel van wadi’s te laten infiltreren in het openbaar groen. Een wadi is een kunstmatig aangelegde verdieping in het landschap, die ervoor zorgt dat regenwater via infiltratie zijn weg vindt naar het grondwater. De eerste wadi’s werden in de jaren ‘90 in Enschede aangelegd, maar komen tegenwoordig in heel Nederland voor. Bijna alle wadi’s in Nederland zijn ingezaaid met gras, maar die invulling voegt niet veel toe aan de belevingswaarde en biodiversiteit van het openbaar groen.

Dat moet anders kunnen, dachten Koos Verkade (eigenaar van Tuinontwerpbureau en Hoveniersbedrijf Living-Garden te Vlaardingen), Elma Koopman-Kuipers (eigenaar van ontwerpbureau EKK Colourful Landscaping met open tuin in Waskemeer) en Kevin Groen (opzichter openbare ruimte bij de gemeente Bernheze). De drie deeltijdstudenten van Van Hall Larenstein in Velp onderzochten hoe wadi’s kunnen bijdragen aan de biodiversiteit en belevingswaarde van openbaar groen, zonder dat dit ten koste gaat van de bergingscapaciteit. Het beplanten van wadi’s lijkt een voor de hand liggende oplossing en wordt in het buitenland al veelvuldig toegepast. Waarom dan niet in Nederland?

Onderzoek
Tijdens het afstudeeronderzoek kozen de studenten niet voor de insteek of het beplanten van wadi’s wel zou kunnen en welke beplanting hiervoor geschikt is. „Dat was wel bekend. Wij hebben juist gekeken waarom het niet gebeurt en ons gericht op de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat wadi’s in Nederland worden beplant”, zegt Verkade.

De studenten begonnen in september 2016 aan hun project en werkten er het hele schooljaar aan. Meteen in september bezochten ze een aantal beurzen, waaronder de Dag van de Openbare Ruimte. En dat bleef niet onopgemerkt. „Normaal moet je actief op zoek naar mensen die je kunt interviewen voor je afstudeerproject. Maar het onderwerp leefde zo, dat we vanuit diverse kanten verzoeken kregen om er eens over te komen praten. We hebben dus meteen in het begin al een eitje gelegd, dat langzaam werd uitgebroed”, zegt Verkade lachend.

Met de animo voor het onderwerp zat het dus wel goed. Dit betekende overigens niet dat iedereen onverdeeld enthousiast was. Zo bleek tijdens interviews met gemeenten, landschapsarchitecten en ingenieursbureaus, dat er toch ook wel de nodige bedenkingen waren bij het beplanten van wadi’s. „Een aantal mensen is er heilig van overtuigd dat het niet kan. Maar over het algemeen hebben mensen er niet over nagedacht.” Aanleiding voor de studenten om te onderzoeken welke bezwaren er leven, wat de positieve effecten zijn en welke mogelijkheden er zijn om beplante wadi’s te realiseren.

Angst en onwetendheid
Angst en onwetendheid zijn volgens Verkade de belangrijkste redenen waarom wadi’s nu niet worden beplant, evenals misverstanden over de vormgeving en de technische kant van de wadi. Zo wordt gedacht dat het bergend vermogen en de infiltratiecapaciteit minder worden door de beplanting.

Verkade legt uit dat dit in de praktijk genuanceerder ligt. Zo toont buitenlands onderzoek juist aan dat de beplante wadi 4 tot 30% meer water kan bergen doordat planten ook water opnemen in hun stengels, bladeren en wortels. Ook zorgen de wortels en het bodemleven voor een beter doordringbare bodem. Daarbij nemen de planten zelf zo’n 4% van het bergend volume weg.

Daarnaast worden de hogere aanleg- en beheerkosten en de ongewenste consequenties voor de ondergrond als tegenargument genoemd. Zo wordt gezegd dat de bodem dichtslibt door bladval van de beplanting. Verkade: „Bij een graswadi is er meer kans op verdichting, doordat er regelmatig een maaimachine over het gras rijdt. Bovendien blijven de grasresten liggen, wat een ondoordringbare laag vormt. En dat terwijl vaste planten eenmaal per jaar worden afgemaaid en het maaisel weggezogen door een maaizuigcombinatie.”

Bovendien wordt aangevoerd dat de wortels van de beplanting in de drainage groeien – deze zit onder de wadi om het water versneld af te voeren. „Dat kan inderdaad gebeuren. Maar als je ervoor zorgt dat de drainagebuis diep genoeg ligt en er voldoende zand omheen ligt, is er ruimte genoeg voor de beworteling.”

Legio voordelen
De belevingswaarde van een beplante wadi is de meest in het oog springende reden om wadi’s juist wel te beplanten. Het ziet er mooier uit. Daarnaast zit de meerwaarde vooral in het versterken van de biodiversiteit en de positieve effecten van groen. Zo zorgen planten voor verbetering van de luchtkwaliteit, verkoeling en hebben ze een positieve invloed op de gezondheid van omwonenden. Ook zorgt groen voor de absorptie van geluid, het breken van wind en het tegengaan van visuele verstoring.

Daarnaast levert een beplante wadi een positieve bijdrage aan diverse ecosysteemdiensten. Dit zijn diensten die door een ecosysteem aan mensen worden geleverd. Denk aan bestuiving van gewassen, binding van schadelijke stoffen en mogelijkheden tot recreatie.

Bovendien moet volgens Verkade ook het financiële plaatje niet worden vergeten. Zo wijst hij erop dat beplante wadi’s bij nieuwbouw kunnen zorgen voor meer uitgeefbaar terreinoppervlak. „Op het moment dat er een nieuwe wijk wordt aangelegd, moet er een bepaald aantal vierkante meter worden uitgetrokken voor groen. Maar er moet ook een bepaald percentage regenwater worden afgevangen. Koppel dit eens aan elkaar; dus beplanting in de wadi in plaats van beplanting én een wadi. Dat kan een zodanige ruimtebesparing opleveren, dat een gemeente meer grond kan uitgeven en dus meer opbrengsten kan genereren. Het is een andere manier van kijken.”

Ook levert groen een waardevermeerdering op voor naburige woningen. Verkade noemt het voorbeeld van een Utrechtse wijk waar de bewoners – die van het onderzoek hadden gehoord – zelf naar de gemeente gingen met de vraag of ze de wadi mochten beplanten. „Dat is verder buiten ons om gebeurd. Maar toen ik laatst op Funda zat te kijken, zag ik dat ‘een huis aan een grasplantsoen’ ‘een huis aan een parkachtig aangelegde straat’ was geworden. Dat vond ik erg leuk om te zien!”

Hoewel er dus veel positieve aspecten te noemen zijn, rijst de vraag waarom wadi’s in het buitenland – onder andere Australië, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland – wel worden beplant, terwijl dit in Nederland nauwelijks gebeurt. Verkade heeft wel een verklaring. „In de eerste wadi’s in Enschede staan geen planten, maar is enkel gras gezaaid. Verder ligt er een kei voor. Vervolgens hebben we dit als ‘norm’ genomen. Hierdoor zien alle wadi’s er hetzelfde uit.”

Flow through planters
En dat terwijl er volgens de student zoveel meer mogelijk is. Zo noemt hij het zogenoemde ‘Flow through planters’-systeem uit het Amerikaanse Portland (Oregon) een mooi voorbeeld dat ook in Nederland kan worden toegepast. Hierbij zorgt beplanting ervoor dat water – dat van hoger gelegen gebieden naar lagere gebieden stroomt – langzamer stroomt en daardoor beter infiltreert. Ook stroomt de aarde hierdoor niet mee. „Het zou ook in Nederland een mooie oplossing kunnen zijn. Bijvoorbeeld in het Overijsselse Rijssen, waar het water met hoge snelheid van Hoog-Rijssen naar het centrum stroomt.”

De basisfuncties van een wadi zijn berging en infiltratie. Maar welke technische toepassingen daarvoor nodig zijn, hangt sterk af van de situatie ter plekke. Denk aan de beschikbare ruimte, grondwaterstand en bodemgesteldheid en daarmee samenhangend de snelheid waarmee het water in de bodem infiltreert. Er zijn slechts enkele locaties in Nederland waar beplante wadi’s te vinden zijn. Veel voorbeelden zijn er dus niet voorhanden. Maar hoe leg je beplante wadi’s aan en hoe beheer je ze?

Wat betreft de beplanting bestaan er volgens Verkade nog wel wat misverstanden. „Vaak wordt gedacht dat de planten vooral nat moeten staan, maar het grootste deel van de tijd staan ze droog. Ze moeten dus juist goed tegen droogte kunnen en daarnaast een tijdje onder water kunnen staan. De meeste water- en moerasplanten zijn daarom niet geschikt; prairiebeplanting daarentegen wel.”

Om de toepasbaarheid van wadibeplanting in de praktijk te testen, hebben de studenten in april 2017 een bestaande wadi in de gemeente Bernheze voorzien van proefbeplanting, met enerzijds vaste planten en siergrassen en anderzijds een weidebloemenmengsel met vaste planten. „Helaas was de tijd te kort om er conclusies uit te trekken.”

De ondergrond van een beplante wadi moet volgens Verkade voldoende zand en organische stof bevatten, zodat je een goed doorlatende bodem krijgt. In plaats van een toplaag van 20 cm grofkorrelig bomenzand – met een organische-stofgehalte van 5 tot 7% – is voor vaste planten zo’n 30 tot 40 cm zand nodig Hierdoor hebben de planten net iets meer doorwortelbaar volume en bovendien blijft de infiltratiewaarde voldoende. Voor de aanleg van een wadi met heesters en kleine boompjes is zo’n 70 tot 80 cm zand nodig.

Kosten
Om een vergelijking te maken in de aanleg- en beheerkosten, hebben de studenten vier verschillende uitgangssituaties vergeleken: een wadi met gras, een natuurlijke en extensief beheerde wadi, een wadi met vaste planten en een wadi met heesters. De aanlegkosten komen respectievelijk uit op 2 euro, 8,83 euro, 22,10 euro en 23,10 euro per m2 (zie tabel 1). Wanneer hier de beheerkosten bij worden geteld, komt dit voor een periode van tien jaar neer op respectievelijk 8 euro, 19,78 euro, 37,40 euro en 48,13 euro per m2 (zie tabel 2).

Uit deze cijfers blijkt dus dat zowel de aanleg- als de beheerkosten van een beplante wadi hoger zijn dan die van een graswadi. Toch is dit volgens Verkade relatief. „Als je de kosten vergelijkt met de aanleg en het onderhoud van een ‘normaal’ plantvak in het openbaar groen, zijn deze vergelijkbaar.”

Ook blijkt dat een graswadi is in onderhoud, omdat deze wadi meerdere keren per jaar wordt gemaaid. Dit in tegenstelling tot de natuurlijke en beplante wadi’s, die een keer per jaar worden gemaaid en daarmee makkelijker in onderhoud zijn.

Groene én blauwe mensen
Verkade vindt het daarom belangrijk om de angst en onwetendheid weg te nemen en ervoor te zorgen dat niet alleen in bezwaren wordt gedacht, maar vooral in mogelijkheden. „Gemeenten moeten het gewoon doen!”

Daarnaast wijst hij op het belang van samenwerking tussen de ‘groene’ en de ‘blauwe’ mensen, die veelal verantwoordelijk zijn voor de wadi’s. „De afdeling riolering heeft niets met beplanting. Ze hebben er geen kennis van en denken: het functioneert zo toch ook? Maar de knop moet om. De ‘groene’ mensen moeten de ‘blauwe’ mensen overtuigen van de voordelen van een beplante wadi. Ze moeten de handen ineenslaan, zodat de beschikbare potjes – die altijd strikt gescheiden waren – samen op een goede manier worden besteed. Daarmee ontstaat een win-winsituatie voor beide afdelingen.”

Passie
Hoewel het onderzoek nu officieel is afgerond, gaan de studenten de komende tijd verder om hun opgedane kennis te verspreiden. „We zijn er met passie ingevlogen en zijn nog te gepassioneerd om het te laten liggen.” Zo wil het drietal de proefwadi in Bernheze blijven monitoren en gaan ze de komende weken nog met diverse gemeenten en architecten in gesprek. „We zitten binnenkort met de beleidsmedewerkers en opzichters van enkele grote gemeenten om tafel.”

Dit alles houdt volgens Verkade niet in dat iedere wadi beplant hoeft te worden. „Nee, zeker niet. Dat zou ook te veel kosten. Wel zou het leuk zijn als er op A-locaties, bijvoorbeeld tegenover het gemeentehuis of aan een mooie toegangsweg, beplante wadi’s worden aangelegd. Dat zullen er volgend jaar niet meteen honderd zijn. Maar misschien over een jaar of vijf; daar geloof ik wel in.”

De studenten hebben namelijk ervaren dat er interesse is voor beplante wadi’s. „We hebben ons er een jaar lang in stukgebeten en heel veel kennis verzameld. Daarbij hebben we heel voorzichtig aan de knoppen gedraaid; we hebben gekieteld en met ons onderzoek iets in gang gezet. Veel gemeenten zijn positief en dat is leuk om te zien. Maar daarmee houdt het voor ons niet op. Onze tournee door het land gaat nog even door!”, besluit Verkade lachend.


Marcel Wenker, senior adviseur groenbeheer bij de gemeente Deventer:

‘Kom eens bij ons kijken’

Het groenbeheer in de gemeente Deventer is voor een deel gebaseerd op de permacultuur, een methode waarbij ruimte wordt gegeven aan natuurlijke processen en je vooral dingen niet doet. „Iets wat overigens niet hetzelfde is als niets doen”, benadrukt Marcel Wenker.

De toepassing van beplante wadi’s past perfect binnen deze visie. De gemeente heeft sinds drie jaar verschillende wadi’s, met daarnaast ook wateropvanggebieden die ruimer van opzet zijn. De wadi’s worden ingezaaid met een bloemrijk kruidenmengsel en extensief beheerd. In de grotere gebieden laat de gemeente de natuur haar gang gaan. „En dat is eigenlijk het beste, omdat planten zich daar vestigen waar ze thuishoren. Het is een stukje plantenintelligentie dat behoorlijk wordt onderschat”, weet Wenker. „Bovendien hoeven we niet met grote onderhoudsmachines door het gebied te rijden, waardoor de bodem niet verdicht.”

Om te voorkomen dat er onveilige situaties ontstaan, besteedt de gemeente wel aandacht aan het beheer van de randen. „We willen niet dat gewassen over wegen of fietspaden hangen. Ook willen we de gebieden schoonhouden. Het moet niet zo zijn dat er matrassen, winkelwagens en kranten worden gedumpt; dan verlies je draagkracht.”

Bloeiende kruiden
Wenker is tevreden over de beplante wadi’s en weet dat ook omwonenden er blij mee zijn. „In de eerste jaren ontstaan mooie bloeiende kruiden, zoals kamille, klaprozen en koolzaad, gevolgd door houtige gewassen of riet. En dat trekt allerlei dieren aan.”

Wel is het volgens de groenbeheerder van belang dat er meteen vanaf het begin een goede vegetatie ontstaat, om uitspoeling van de randen bij hevige regenval te voorkomen. „Ook moet je erop letten dat er zich geen ongewenste planten vestigen, zoals de Japanse duizendknoop.”

Wenker ziet zeker kansen voor de natuurlijke wadi. Tegelijkertijd weet hij dat mensen angstig zijn, omdat het ‘niet doen’ iets is wat wij als Nederlanders moeilijk vinden. „We leven toch in een cultuur waarin alles netjes en opgeruimd moet zijn. Maar probeer het gewoon. Door zo min mogelijk in te grijpen, ontstaat er een stabiliteit die er van nature hoort te zijn.”

Om mensen over de streep te trekken, nodigt Wenker andere gemeenten uit om in Deventer te komen kijken. „De bezuinigingen op groengebied gaan door. Wat is er dan mooier én goedkoper om de natuur haar gang te laten gaan? Bovendien is iedere gemeente bezig met het verduurzamen van organisatie en beheer. Daar sluit dit heel mooi bij aan!”