Jubileumboek ‘Verhalen over taal; 150 jaar Van Dale’ verschenen!

Jubileumboek Van Dale
Dit artikel is op 30-09-2014 gepubliceerd.

Opdrachtgever: Van Dale
Website: http://www.vandale.nl

Download »

Hoofdpijn van Van Dale

Wendy Venhorst is freelance journalist en tekstschrijver
en heeft een eigen tekstbureau (www.wendyvenhorst.nl).

Altijd als ik de Van Dale pak, krijg ik een beetje hoofdpijn. De ene keer is het een zeurende pijn die in mijn onderkaak begint en langzaam naar mijn achterhoofd kruipt; een andere keer is het een pijn in mijn nek die door mijn ruggenmerg schiet. Elke keer als ik de Dikke Van Dale van de plank neem, voel ik dus enige weerstand. Voor de oorzaak moeten we zo’n acht jaar terug. Mijn tandarts vertelde mij dat een doorkomende verstandskies de andere kiezen wegdrukte. Volgens hem was het onvermijdelijk: de verstandskies moest eruit.

Omdat die ingreep de competentie van de tandarts te boven ging, moest ik daarvoor naar de kaakchirurg. In die tijd had ik nog een onvoorwaardelijk vertrouwen in de medische wetenschap, dus als een mak schaap meldde ik mij op de voorgeschreven tijd in het Radboud universitair medisch centrum in Nijmegen. Dokter Franken, een lange, slanke man met donker haar, sprak me vriendelijk toe. Hij vroeg me plaats te nemen in de stoel, die hij met één druk op de knop veranderde in een ligtafel, wat later de slachtbank bleek te zijn. Terwijl de potige assistente met wat blinkende instrumenten rommelde, vroeg de kaakchirurg – blijkbaar om me op mijn gemak te stellen – wat ik zoal deed. Het gaf me het gevoel dat het komende uur niet erg aangenaam zou worden. Ik vertelde dokter Franken dat ik onlangs de opleiding journalistiek had afgerond en net als redacteur was begonnen bij een vakblad in de groensector.

Dat interesseerde hem. Hij vertelde dat taal hem erg boeide en dat hij er zich met belangstelling in verdiepte. Zo reed hij ’s avonds na zijn werk vaak in hoog tempo naar zijn huis in het Limburgse Stein en pakte dan een willekeurig deel van de Dikke Van Dale van de boekenplank. Vervolgens settelde hij zich, afhankelijk van het seizoen, op de bank of het terras met een glaasje port en begon in het boek te bladeren tot hij een woord vond dat hij niet kende. Hij las de definitie(s) en pakte indien nodig zelfs het etymologisch woordenboek erbij om de herkomst van het woord te achterhalen. Hij herhaalde de woorden meerdere keren hardop om ze zich eigen te maken. Zo probeerde hij zijn vocabulaire met minimaal 365 woorden per jaar uit te breiden.

Na deze ontboezeming vond dokter Franken het blijkbaar tijd om te beginnen. Ik merkte dat ik door het gesprek niet langer gefocust was op hetgeen mij te wachten stond. Korte tijd later vroeg ik mij af of de arts dat wel was. De Van Dale scheen hem meer bezig te houden dan mijn onwillige verstandskies. Onder het toedienen van een viertal verdovingen vertelde hij me namelijk dat hij het woord ‘kaakchirurg’ eens had opgezocht. Enkel en alleen om te weten wat er over zijn beroepsgroep stond geschreven. Op zich had dat niets bijzonders opgeleverd, maar hij was daarbij en passant wel gestuit op ‘kaakbreker’. Volgens de Van Dale is dat een werktuig met twee kaken om grof materiaal te breken. Al snel had ik de neiging mijn eigen definitie aan de Van Dale toe te voegen, eentje waarin dokter Franken een prominente rol speelde.

Toen de verdoving enkele minuten tijd had gekregen om z’n werk te doen, kwam de medicus pas goed op dreef. Waar het in eerste instantie nog leek op een georganiseerde chirurgische ingreep, had de behandeling kort daarna meer weg van hak- en breekwerk. Ook de potige assistente werd met al haar krachten ingezet. Ze hield mijn hoofd met beide handen vast, terwijl dokter Franken trok en beukte. Hij zette zich schrap tegen het onderstel van de ligtafel en er verschenen zweetdruppels op zijn voorhoofd. Hoewel de kaak was verdoofd, is het toch een onaangename ervaring als twee mensen verwoede pogingen doen om je hoofd van je lijf te rukken. De hele exercitie duurde bijna een uur, waarna het leven mét een dwarsliggende verstandskies mij ineens verrukkelijk leek.

De dagen erna probeerde ik mijn werk weer op te pakken, maar met een ontwrichte kaak, een hoofd vol beurse plekken en een nek die enkel uit pijnlijke spieren leek te bestaan, viel dat niet mee. Daarbij leek de pijn in mijn kaak op de beklimming van de Alpe d’Huez: af en toe een vals plat, maar toch voornamelijk steil omhoog. Ondanks een overdosis paracetamol was de pijn na een week niet meer te harden. Ik belde daarom weer met het Radboud. Nadat ik had aangegeven dat ik twaalf dagen wachten geen optie vond, bleef het lang stil aan de lijn. De kaakchirurg bleek zich me nog te kunnen herinneren en was bereid om me aan het einde van de middag, na de andere patiënten, te ontvangen.

Toen ik me meldde bij de balie, besefte ik ineens dat de ingelaste behandeling ten koste zou gaan van dokter Frankens Van Dale-tijd. Naarstig ging ik op zoek naar een bijzonder woord dat het verlies zou kunnen compenseren. Het enige dat me te binnen schoot, was ‘fasces’. Dat woord had ik kort daarvoor nog opgezocht: ‘Een bundel roeden met een bijl in het midden, in het oude Rome symbool van heerschappij over leven en dood.’ Het was een schot in de roos. De chirurg genoot zichtbaar toen ik het hem vertelde en begon met enthousiasme opnieuw in mijn kaak te wroeten. Na een korte inspectie, kwam hij tot de conclusie dat een deel van de kies was achtergebleven en dat de kaak was gaan ontsteken.

Dokter Franken vertelde me vervolgens dat verdovingen niet goed werken bij ontstekingen. Daarom nam hij het zekere voor het onzekere en gaf me acht spuiten in mijn gehemelte en wang. In eerste instantie dacht hij de klus nog samen met zijn assistente te kunnen klaren, maar al snel werden er hulptroepen opgetrommeld. Binnen korte tijd stond er een heel bataljon witte jassen om me heen. Waar ik even daarvoor nog dacht dat ik het ergste wel had gehad, besefte ik nu dat dit nog moest komen. Een kaakklem sperde mijn mond verder open dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. De arts begon samen met een collega in mijn mond te prutsen, terwijl de assistente hen nerveus van de juiste martelwerktuigen voorzag. Weer een ander probeerde met een slangetje het bloed uit mijn mond weg te zuigen. Ik heb in mijn leven nog nooit zoveel pijn gehad…

Toen ik een uur later de stoel uit mocht, was ik ervan overtuigd dat de chirurg zijn opleiding in het slachthuis had genoten. Vanaf het moment dat hij zijn mondkapje afdeed, was hij echter weer de innemendheid zelve. ‘Weet je welk woord ik gisteren in de Van Dale ontdekte?’, vroeg hij vriendelijk. Gezien de omvang van de drie delen, leek me dit een retorische vraag en ik gaf geen antwoord. ‘Wammen!’, vertelde hij enthousiast. ‘Weet je wat dat betekent?’ Verdwaasd schudde ik nee. ‘Opensnijden en het ingewand eruit halen, zoals ze bij vissen doen.’

Alle vriendelijkheid ten spijt leek het me de hoogste tijd om afscheid te nemen. De uitnodiging om een week later terug te komen voor een controle, liet ik aan mij voorbij gaan. Zes weken lang heb ik rondgelopen met een hamsterwang en geleefd op een dieet van soep en vla. Daarna keerde mijn gezicht weer langzaam terug naar z’n oorspronkelijke vorm. Elke nachtmerrie verdampt in de stralen van de ochtendzon. Maar de herinneringen aan dokter Franken uit Stein en zijn passie voor de Dikke Van Dale staan voor altijd in mijn geheugen gebeiteld…